Groep 3/4

GROEP 3

Algemeen

De kinderen hebben een eigen plek in de rij, in de eerste schoolweek door de leerkracht aangewezen. Wij verwachten van de kinderen dat ze direct wanneer ze de bel horen, in de rij komen staan. In de rij wordt niet geduwd of getrokken en we lopen netjes 2 aan 2 naar binnen, tot we bij de kapstok zijn. Daar hangen we zo snel mogelijk onze jassen op en gaan via de kortste weg naar onze plek.

Voor het bord hangen kaartjes, met daarop de dingen die we die dag gaan doen. Het dagritme wordt aan het begin van het kringmoment kort toegelicht. De morgens verlopen vrijwel allemaal hetzelfde: kringmoment, Bijbelse geschiedenis, rekenen, pauze, taal, schrijven of lezen. Op de middagen worden de overige vakken ingepland: spelling, tekenen, handvaardigheid, werken in hoeken, gym.

Op het bord hangen ook 5 gekleurde kaartjes, overeenkomstig de kleuren van de naamstickers op de tafels. Elk groepje heeft zijn eigen kleur. Achter de kaartjes op het bord, staat 1 naam van een kind uit het betreffende groepje. Dit kind is die week de ‘uitdeler’. Hij of zij mag een week lang de schriften en werkboeken van alle kinderen uit het groepje uitdelen en ophalen. We rouleren binnen het groepje, met de wijzers van de klok mee, zodat alle kinderen enkele keren in een schooljaar uitdeler zijn. Vóór de groepskaartjes staan de letters ‘s’, ‘b’, ‘h’ en ‘v’. Ze staan voor ‘schrijven’, ‘bidden’, ‘hoeken’ en ‘vertellen’.

Nadat de leerkracht het dagritme heeft toegelicht, mag het groepje waar op het bord ‘v’ bij staat iets vertellen. Dit is niet verplicht; het mag. Kinderen uit het groepje die niks willen of durven vertellen, hoeven dat niet te doen. Na het vertellen, zingen we met elkaar de Psalm. Het groepje waar op het bord ‘b’ bij staat, mag punten aandragen voor het gebed; iets om voor te danken of te bidden. Daarna bidden we met elkaar. Na het gebed leren we een nieuwe Psalm, luisteren we naar het Bijbelverhaal of maken we de verwerking. Dit is afhankelijk van welke dag het is.

Nu is het tijd om aan de slag te gaan. We pakken onze stoelen, lopen groepje voor groepje terug naar onze tafel en beginnen met de rekenles. Daarna vervolgt zich de dag. Hieronder leest u daar nog meer over.

Bijbelse geschiedenis en Psalm

Gebruikte methode: Hoor het Woord.

In deze methode wordt gewerkt met een deel Oude Testament en een deel Nieuwe testament, beiden ingedeeld in thema’ van 1 week lang. Elke week wordt het thema uitgewerkt in het aanleren van de Psalm op maandag, 3 Bijbelverhalen op dinsdag t/m donderdag en een verwerking op vrijdag. Het thema, het onderwerp van de vertellingen en de te leren Psalm vindt u terug op de weekbrief. Het aanleren va de Psalm gebeurt door voor- en na te zingen en vervolgens door de Psalm elke dag bij het beginnen en eindigen van een dagdeel samen te zingen.  Daarnaast wordt de betekenis van de Psalm kort uitgelegd. De Psalm staat uitgeschreven op het bord en de kinderen mogen deze tijdens het zingen om de beurt bijwijzen met de bordstok. Op maandag wordt de Psalm van de week ervoor overhoord. Alle kinderen zingen de Psalm in de kring met elkaar, zonder hulp van de juf. De leerkracht let op de monden. Cijfers worden opgeslagen in Parnassys. Het gemiddelde hiervan vindt u terug op het rapport.

Lezen/Taal

Gebruikte methode: Taalfontein.

Elke week wordt een nieuw woord aangeboden, te beginnen met ‘daan’. Dit zijn de ‘stamwoorden’. De methode biedt eerst de lidwoorden en klankzuivere woorden aan. Later worden de niet-klankzuivere woorden aangeboden. Van elk nieuw aangeboden woord, wordt op maandag een plaat voor in de klas opgehangen, samen met het woord in zijn geheel en de afzonderlijke letters. Het nieuwe woord wordt altijd geïntroduceerd door het voorlezen van een verhaal dat ermee te maken heeft. In de verhalen spelen, heel groep 3 lang, Daan en Roos de hoofdrol. Dit zijn 2 kinderen uit groep 3. Alle verhaaltjes bij elkaar, vormen 1 lang verhaal.

De letters van de aangeleerde woorden worden op maandag allemaal kort aangeboden, op dinsdag t/m donderdag 1 voor 1 behandeld en op vrijdag allemaal nog eens herhaald. Letters worden ingeslepen door ze elke dag meerdere malen te ‘flitsen’. Dit doen we door letterkaartjes in een vrij hoog tempo te laten zien. De kinderen maken de klank en het ‘klankgebaar’ dat erbij hoort.

Al direct vanaf het begin wordt begonnen met het aanleren van het principe ‘combineren van letters’. Dit betekent dat kinderen leren dat, wanneer je letters van de diverse woorden combineert, je nieuwe woordjes kunt maken. Aan het begin van groep 3 werken we met het principe ‘hakken en plakken’. Kinderen leren de woorden onderscheiden in losse letters en plakken ze daarna weer aan elkaar als 1 woord. We ondersteunen dit met de zogenoemde ‘structuurstroken’. Dit zijn stroken papier die we in 3 stukken vouwen. Op elk stuk staat 1 letter(klank). Eerst laten we stukje voor stukje zien en benoemen de kinderen de losse letters, daarna vouwen we de hele strook uit, zodat het hele woord zichtbaar is. De kinderen benoemen daarbij het hele woord. Andersom kan ook. We ‘ontleden’ dan het hele woord in losse letters. Later in groep 3, zo ongeveer vanaf de kerstvakantie, starten we met het ‘zingend lezen’.

Daarbij worden de kinderen gestimuleerd om niet meer te hakken en te plakken, maar juist de letters aan elkaar te ‘zingen’. Via deze tussenvorm werken we toe naar een geautomatiseerd en vlot lezen van de woorden.

Bij het leren lezen gebruiken we 3 soorten boeken: het fonteinboek, het klassikaal leesboek en het oefenboek. In het fonteinboek staat oefeningen die te maken hebben met taalbeschouwing: het praten over taal, rijtjes lezen, tekeningen bij elkaar zoeken, woordenschat uitbreiden. Het klassikaal leesboek gebruiken we om samen te lezen. De bladzijde is altijd verdeeld in 2 gedeelten. Bovenaan staan plaatjes, met daarop wat losse woorden. Later breidt dit zich uit tot een korte tekst bij elk plaatje. Onderaan staan vanaf het begin al complete, moeilijker teksten met meer woorden. Het bovenste gedeelte wordt gebruikt voor de zwakke en gemiddelde lezers, het onderste voor de snelle lezers.

In het oefenboek maken we oefeningen die aansluiten bij de letter of het woord waarmee we in de les geoefend hebben. Later komen er ook  kleine teksten in voor, waarbij de kinderen vragen moet maken; het voorbereidend begrijpend lezen.

We streven ernaar dat alle kinderen aan het einde van groep 3 minimaal het eerste AVI-niveau behalen, AVI M3. Dit niveau is minimaal nodig om door te kunnen stromen naar groep 4.

Elke week is krijgen de kinderen een blauw boekje, met allerlei verzamelde oefeningen rondom het nieuw geleerde woord. Dit is een boekje om zelfstandig in te werken; het werk hoeft niet af te zijn en de kinderen mogen zelf kiezen welke bladen ze eerst maken. Aan het einde van de week nemen ze dit mee naar huis.

Schrijven

Gebruikte methode: Schrijffontein.

In groep 3 wordt 4 keer in de week geschreven: op maandag t/m vrijdag. Elke schrijfles kijken we op het bord, bij welk groepje de ‘s’ staat. Enkele kinderen uit het groepje mogen op het bord schrijven, na de instructie.

De instructie bestaat uit het voordoen van de schrijfrichting, schrijfvorm en schrijfwijze. Hierna wordt klassikaal in de lucht of op de tafel geoefend.

Er worden in 1 schooljaar 4 schriftjes gebruikt: het cijferschrift en oefenschrift 1 t/m 3. We starten met het cijferschrift. Hierin leren de kinderen op de juiste wijze de cijfers te schrijven: de goede vorm en de goede schrijfvolgorde. In de overige schriften leren de kinderen de letters aan elkaar schrijven. Eerst worden alle lettervormen los geoefend, later in woordjes, weer later in zinnen. De hoofdletters komen nog niet aan bod. Tijdens de schrijfles letten we op een goede zithouding, een goede pengreep en een goede ligging van het schrift. Ook worden de kinderen gestimuleerd om in een rustig tempo te werken. Dit alles met als doel het ontwikkelen van een goed leesbaar handschrift.

Rekenen

Gebruikte methode: De wereld in getallen.

De methode is opgebouwd uit een A- en een B-deel. Elk deel is verdeeld in 4 blokken. Elk blok is weer verdeeld in 4 of 5 schoolweken. Elk blok wordt afgesloten met een toets. In totaal 8 blokken per schooljaar en dus ook 8 toetsen per schooljaar. In groep 3 gebruiken we 2 werkboeken; 1 voor het A-deel en 1 voor het B-deel. Een rekenboek hebben de kinderen nog niet. Aan het begin van groep 3 gaat het puur om het verkennen van de getallen en de getallenlijn. Later gaan de kinderen ook sommen maken. Eerst  werken we nog veel met concreet materiaal, het rekenrek en blokjes. Later wordt dit meer en meer afgebouwd. Aan het einde van groep 3 is de kennis van de kinderen uitgebreid tot het maken van sommen tot en met 100.

Aan het begin van groep 3 geeft de leerkracht nog veel instructie en wordt nog veel met de kinderen samen gedaan. Later worden de kinderen steeds meer losgelaten en leren ze zelfstandig te werken, na een korte instructie. Aan het einde van groep 3 wordt de normale manier van werken geïntroduceerd: som 1 zelfstandig maken na een korte instructie, som 2 is een instructiesom en wordt samen met de leerkracht gemaakt, som 3 is een zelfstandig verwerking bij som 2. Ook wordt dan het werken met de weektaken uitgelegd. Het B-werkboek bestaat namelijk uit 2 gedeelten.

Aan de voorkant is het lesgedeelte te vinden, aan de achterkant het taakgedeelte. Als de kinderen klaar zijn met de sommen uit de les, draaien zij hun boek om en gaan verder met de taak die bij die week hoort. Elke week is er een andere taak. De taak hoeft niet af aan het einde van de week, maar zorgt er wel voor dat kinderen die sneller zijn zich niet hoeven te vervelen.

Voor kinderen met veel moeite met rekenen is er het bijwerkboek. Zij maken, na de instructie, niet de stof uit het gewone werkboek, maar de stof uit het bijwerkboek. Hierin staat alleen basisstof. Er is pas een bijwerkboek vanaf het B-deel. Voor kinderen die slim en snel rekenen is er het pluswerkboek. Hierin staan sommen met meer uitdaging. Zij maken, nadat zij klaar zijn met de les, eerst een bladzijde uit het pluswerkboek en daarna pas de taak. Of kinderen en bij- of pluswerkboek nodig hebben, wordt vastgesteld aan de hand van afgenomen methode- en Citotoetsen.

Gym, muziek en handvaardigheid

Voor gym gebruiken we de methode ‘basislessen’. Deze bestaat uit een deel met spellessen en een deel met bewegingslessen (toestellen). De ene week wordt een spelles gegeven, de andere week een les met toestellen. Bij muziek wordt geen methode gebruikt.

Er wordt, als de tijd dit toelaat, een nieuw liedje aangeleerd. Bij wat minder tijd worden eerder aangeleerde liedjes herhaald, luister- en zingspelletjes gespeeld. Bij handvaardigheid en tekenen kan gebruikt worden gemaakt van de methode ‘uit de kunst’. Vaak worden de lessen aangepast aan het thema uit de hoeken en dan kan het ook zijn dat een les van internet of uit een knutselboek wordt uitgezocht. De lessen handvaardigheid en tekenen worden afgewisseld; de ene week tekenen, de andere week handvaardigheid. Ook wordt met zoveel mogelijk verschillende materialen gewerkt.

GROEP 4

Algemeen

Zie de informatie bij groep 3.

Bijbelse geschiedenis en Psalm

Zie de informatie bij groep 3.

Lezen/Taal

Methode taal: Taalfontein.

Bij deze methode horen 2 fonteinboeken en 4 oefenboeken. In het fonteinboek staan de teksten die de kinderen nodig hebben om de opdrachten in de oefenboeken te kunnen maken. In het oefenboek staat aangegeven wanneer de kinderen hun fonteinboek nodig hebben.

We werken steeds 3 weken lang aan 1 thema. Daarna wordt het thema afgesloten met een toets. Binnen elk thema worden 4 verschillende taalonderdelen uitgewerkt: stellen, woordenschat, taalbeschouwing en leesbegrip. Bij stellen gaat het  om het (leren) schrijven van teksten.

Bij taalbeschouwing gaat het om het ‘spelen met taal’. Hier komen o.a. spreekwoorden en gezegden, vergelijkingen, het juiste gebruik van meervouden aan bod.

Leesbegrip is eigenlijk gewoon begrijpend lezen; de kinderen lezen een of meerdere teksten en moeten daarover vragen beantwoorden. Woordenschat wordt aangeboden in de zogenaamde ‘woordclusters’. Voorin de klas staat een grote map, met tekeningen waar woorden bij staan. Deze woorden raken aan het thema. De leerkracht legt de kinderen op een verhalende manier uit wat de woorden betekenen. De diverse taalonderdelen komen ook terug in de toets.

Deze methode vraagt veel meer van de kinderen, dan die in groep 3. De kinderen moeten meer zelf lezen en heen en weer kijken in hun boek. De methode doet een groter beroep op de zelfstandigheid van leerlingen.

Methode lezen: Leesfontein.

Lezen wordt vanaf groep 4 als apart vak gegeven en is niet langer geïntegreerd in de taalmethode. Bij deze methode hoort een werkboek en een leesboekje. Binnen 1 schooljaar worden 4 werkboeken en 4 leesboekjes behandeld en besproken. We starten met twee leesboekjes op AVI M4 niveau, gevolgd door 2 boekjes op AVI E4 niveau.  Eerst maken we in het werkboek allerhande opdrachten met elkaar, waarbij we de woorden/tekst uit het hoofdstuk van het boekje op allerlei manieren oefenen.

We maken hierbij gebruik van de ‘voor-koor-methode’: voordoen, een kind laten voorlezen, met zijn allen voorlezen. Nadat we de opdrachten hebben gemaakt, lezen we 2 bladzijden uit het leesboekje. Na de afname van de eerste toets Cito Leestempo en Leestechniek, maken we niveau-groepen.

De goede lezers zullen daarbij veel meer zelfstandig de leesmethode doorwerken, terwijl de zwakke lezers de methode samen met de leerkracht blijven doorwerken.

Spelling

Methode: Leesfontein.

Bij de taalmethode hoort een aparte module spelling. Deze wordt los naast de taalmethode gebruikt. Dit is nieuw in groep 4, want in groep 3 is spelling bij taal inbegrepen. De kinderen werken met oefenboeken en een spellingschrift met lijntjes. Ook dat laatste is nieuw. Er zijn 34 leseenheden voor 1 schooljaar, waarbij 1 leseenheid per week gegeven wordt.

Elke leseenheid staat een bepaalde spellingregel of type woorden centraal. Deze vindt u terug op de weekbrief. Elke 2 weken worden deze doelen getoetst door een diagnostische toets, die bedoeld is om te ontdekken welke kinderen nog moeite hebben met de regels. Daarnaast zijn er 6 beoordelingstoetsen.

Schrijven

Methode: Schrijffontein.

In groep 4 wordt 3 keer per week schrijven gegeven. Er zijn 3 oefenschriften, die zich richten op het aanleren van de hoofdletters en het vast schrijven verder aanleren. Voor verdere informatie over de schrijflessen: zie groep 3.

Rekenen

Gebruikte methode: De wereld in getallen.

De methode is opgebouwd uit een A- en een B-deel. Elk deel is verdeeld in 4 blokken. Elk blok is weer verdeeld in 4 of 5 schoolweken. Elk blok wordt afgesloten met een toets. In totaal 8 blokken per schooljaar en dus ook 8 toetsen per schooljaar. In groep 4 gebruiken we 2 rekenboeken; het A- en het B-boek.

Verder gebruiken we een werkboek en een schrift met grote ruitjes. Het werken in een schrift is nieuw.  De leerdoelen die per week aan bod komen, vindt u terug in de weekbrief.

Elke les heeft dezelfde opbouw: som 1 zelfstandig maken na een korte instructie, som 2 is een instructiesom en wordt samen met de leerkracht gemaakt, som 3 is een zelfstandig verwerking bij som 2. Ook werken we met taken. De rekenboeken bestaat namelijk uit 2 gedeelten. Aan de voorkant is het lesgedeelte te vinden, aan de achterkant het taakgedeelte. Als de kinderen klaar zijn met de sommen uit de les, draaien zij hun boek om en gaan verder met de taak die bij die week hoort. Elke week is er een andere taak. De taak hoeft niet af aan het einde van de week, maar zorgt er wel voor dat kinderen die sneller zijn zich niet hoeven te vervelen.

Voor kinderen met veel moeite met rekenen is er het bijwerkboek. Zij maken, na de instructie, niet de stof uit het gewone werkboek, maar de stof uit het bijwerkboek. Hierin staat alleen basisstof. Voor kinderen die slim en snel rekenen is er het pluswerkboek.

Hierin staan sommen met meer uitdaging. Zij maken, nadat zij klaar zijn met de les, eerst een bladzijde uit het pluswerkboek en daarna pas de taak. Of kinderen en bij- of pluswerkboek nodig hebben, wordt vastgesteld aan de hand van afgenomen methode- en Citotoetsen.

Naast de stof uit de methode, bereiden we de kinderen in groep 4 vast voor op het leren van de tafels in groep 5. We leren elke 4 weken 2 tafels aan. Kinderen die een tafel uit het hoofd kunnen opzeggen, met de som erbij, mogen dit elke dag na schooltijd bij het bureau van de leerkracht komen doen. Als het lukt verdienen ze een sticker, die ze op een schema op de deur mogen plakken. De focus ligt in groep 4 op de tafels 1 t/m 5 en 10. Kinderen die al verder kunnen, mogen verder werken.

Gym, muziek en handvaardigheid

Zie de informatie bij groep 3.

43418